Sommigen vinden het een lelijke stad, industrieel, weinig verfijnd. Ik ben natuurlijk bevooroordeeld, want ik was er een jaar lang erg gelukkig, maar ik vind Newcastle prachtig. Een stad voor stoere werkers, met een geschiedenis die tot de Romeinse tijd teruggaat.

Vlakbij vind je bovendien Hadrian’s wall, waar ik me zo de bibberende Romeinse soldaten kan voorstellen, en Lindisfarne, waar Keltische monniken in het jaar 793 door Vikingen aangevallen werden. Er zijn prachtige kastelen en kasteelruines aan de onherbergzame Noordzeekust, en de immense kathedraal van Durham.

Vanwaar nu deze lofzang op Newcastle stad en ommelanden? Onlangs kreeg ik door DFDS Seaways een minicruise naar de stad aangeboden. Fantastisch, twee nachten op de veerboot en een dagje daar. Ik had afgesproken met een vriendin uit de stad, en hoe grauw de dag ook was, ik was in mijn favoriete stad, waar mensen je ‘pet’ of ‘flower’ of ‘love’ noemen, soms alledrie in dezelfde zin, en waar Engelse kranten, tijdschriften, boeken en dvd’s overvloedig beschikbaar zijn. Hopelijk duurt het niet te lang voordat ik terug kan…

Op de terugweg nam ik foto’s – eens uitproberen hoe goed mijn camera is. Oordeel zelf maar!

Eind december, en mijn oude agenda gaat de deur uit. Nog even kijk ik hem door, en denk terug aan al die leuke en minder leuke dagen. De dag dat we Penny kregen, en er opeens een kat in huis was die enthousiast op ontdekkingsreis ging en ’s avonds op schoot kwam zitten. Nieuwe vriendschappen. Een weekendje naar Nijmegen met een goede vriendin. Een humoristisch toneelstuk opgevoerd door een groepje studenten, en een zelf-georganiseerd personeelsuitje, waarbij we hebben leren vliegeren aan het strand. Het European Roots Music Festival Trad.it, een heerlijk folkfestival in Groningen, en het concert van de briljante Madeleine Peyroux. De Elf Fantasy Fair, altijd weer genieten. De vakantie in New York. Afspraken met vriendinnen, klaverjassen bij de korfbalvereniging, een high tea in Groningen, een lezing van de inspirerende auteur Shane Claiborne, de boekenbeurs in Frankfurt, de buurtbarbecue, de bruiloft van een Duitse vriendin, het bezoek van twee vrienden die ik al sinds mijn tienertijd ken, en waarvan er eentje in Kenia woont, de activiteiten van mijn huiskring en kerk, korfbalwedstrijden, een weekje weg met mijn moeder en een paar daagjes naar Engeland met mede-anglofiel en goede vriendin RJ. En het schrijven van mijn eerste boekje, een boekje met bijbeloverdenkingen voor in de trein.

Er waren ook moeilijke dingen: het overlijden van mijn oma. De dood van kat Penny. Het verdriet en de zorgen van mensen van wie ik houd. De kleine zorgen en de stressmomenten. Maar al met al is het een jaar geweest om erg dankbaar voor te zijn, vol vriendschap en verdieping. En het aankomende jaar? Daarvoor wil ik alleen maar zeggen: ‘Wat de toekomst brengen moge, mij geleidt des Heren hand.’

Ik rijd regelmatig een flink stuk auto. Ik heb vrij veel familie en vrienden in het Noorden, en als ik ze opzoek is het al snel twee uur rijden. Muziekje erbij, heerlijk. Maar rond de kerst wat minder heerlijk, want dan is het tijd voor één van mijn grote muziekantipathieën. Het hele jaar door heb ik een hekel aan R&B en beurtzang, maar het absolute nulpunt bereik ik rond kerst… met kerstmuzak. Mariah Carey en Wham, vreselijk. En niet te vermijden, want elk uur wel een keertje te horen op alle zenders. Nu is het liedje Driving home for Christmas ook niet mijn favoriet, maar wel toepasselijk – dus de eerste keer verander ik niet van zender. Pas als het voor de tweede maal voorbij komt, wissel ik van kanaal.

Het aparte is dat ik niet van alle kerstmuziek baal. Qua popmuziek vond ik Chrissie Hyndes 2000 miles erg mooi. De meeste carols en christelijke kerstkrakers vind ik prachtig, en ook klassieke kerstmuziek kan mijn goedkeuring wel verdragen. Waarom die dan wel? Muzikaal vind ik ze interessanter, met meer inhoudelijke diepgang. En er is minder overkill van. Want Sky zal heus niet elk uur Stille nacht laten horen. En ach, als het dan in allebei de kerkdiensten die ik bezocht gezongen wordt, geen probleem. Wisselen van kanaal is immers geen optie…

In mijn huis zijn er twee seizoenen: het natte seizoen en het droge seizoen. Het droge seizoen is ongeveer van april tot en met september. Oktober tot en met maart is het tijd voor vocht…
De ramen zijn continu beslagen, de muren van de douche druipen, mijn potje dagcrème schud ik elke dag droog, en in de bijkeuken liggen plassen.
Qua fauna is het natte seizoen de tijd van de muis. Ik heb hem alweer gespot, ondanks de aanwezigheid van huiskat Penelope.
Qua temperatuur is het de koude tijd – vorig jaar rond deze tijd mat ik een temperatuur van 0 graden celcius in mijn douche.
Het droge seizoen is over het algemeen comfortabeler. Het is warmer en er is meer ruimte (want: de tuin maakt dan deel uit van je woonruimte). Het is verrassend genoeg de tijd van de slak – tussen de drie en vijf per nacht zette ik eruit in de zomer. Misschien was het droge seizoen niet zo droog als ik dacht…
De meeste huizen in dit land zijn goed geïsoleerd – die hebben één seizoen. Ik ben gezegend met twee seizoenen. Altijd wat om over te klagen, heerlijk! Bovendien: in het natte seizoen geniet ik van de afwezigheid van slakken. In het droge seizoen van de afwezigheid van plassen en muizen. Ik heb het zo slecht nog niet…

Een berichtje in de christelijke media: tijdens een intense predikavond zou er iets wat eruitzag als goudstof uit de bijbel van Mattheüs van der Steen zijn gekomen. Het was eetbaar – misschien wel een soort manna, dachten de mensen van TRIN. De gemoederen zijn verhit: sommige lezers uiten felle kritiek, maar er zijn klaarblijkelijk ook mensen die er erg enthousiast over zijn.

Ikzelf neig meer naar kritiek – ik zie niet in hoe het naar buiten brengen van dit bericht Jezus de eer kan brengen en het lichaam van Christus kan verheerlijken. Maar kritiek is goedkoop, en ik zou me toch eens kunnen vergissen, dus ik ga het anders aanpakken. Ik ga wat christelijke nieuwsfeitjes en personal interestverhalen herhalen die ik wel als opbouwend heb ervaren. Wat ik er zo mooi aan vind? Dat ze met kleinheid, kwetsbaarheid en liefde te maken hebben.

De vrouw van een vermoorde zendeling in Turkije kiest om de moordenaars te vergeven. Haar man laat ze in haar nieuwe thuisland begraven. Met haar kinderen kiest ze ervoor te blijven. Dit is wat Susanne Geske door de kracht van God heeft kunnen doen.

Nog eentje die diepe indruk op me gemaakt heeft: Hans en Rietje van der Lee, een echtpaar met kinderen en kleinkinderen, besluiten gehoor te geven aan de roeping die ze ervaren, en te gaan wonen in een sloppenwijk in Indonesië. Een mooi voorbeeld van navolging en tegen de huidige materialistische cultuur ingaan.

Iets wat ik bij een aantal mensen om me heen gezien heb: een vrouw komt stapje voor stapje dichterbij het vergeven van de vreselijke dingen die hun aangedaan zijn – terwijl ze ook zelf stapje voor stapje genezing ontvangen. Groot nieuws!

Of de mensen die een succesvolle carrière in de advocatuur opgeven om zich belangeloos in te zetten voor slachtoffers van mensenhandel – en dat niet een jaartje, maar voor de rest van hun leven.

En dan heb ik het nog niet eens gehad over degenen die gevangen zitten vanwege hun geloof, maar zich vastklampen aan Jezus; over echtparen die ondanks de moeilijkheden bij elkaar blijven en hernieuwde liefde vinden en over de mensen die besluiten simpeler te leven zodat ze zich meer op God en hun naaste kunnen richten.

Deze voorbeelden laten zien hoe Jezus groter wordt en wij kleiner; hoe Gods kracht schijnt in broosheid. Ook Jezus legde immers zijn hemelse glorie af om één van ons te worden; Hij kwam om te dienen en zijn leven af te leggen.

Heel mooi vind ik in dit opzicht 2 Korintiërs 12:9-11 (NBG 1951 ter ere van mijn oma, wier lievelingstekst dit was): ‘En Hij heeft tot mij gezegd: Mijn genade is u genoeg, want de kracht openbaart zich eerst ten volle in zwakheid. Zeer gaarne zal ik dus in zwakheden nog meer roemen, opdat de kracht van Christus over mij kome. Daarom heb ik een welbehagen in zwakheden, smaadheden, noden, vervolgingen, benauwenissen ter wille van Christus, want als ik zwak ben, dan ben ik machtig.’

Laten ook wij streven naar wonderen als vergeving, opofferingsgezindheid, en steun aan wie lijdt.

De klank past er helemaal bij: aardpeer. Vreemd, maar toch bekend. Vandaag at ik het voor het eerst, want mijn Vitatas had me ermee verblijd. Het gerecht? Aardpeerkoekjes. Een stevige bite, een pittige smaak, en een spectaculair uiterlijk. Toch proeft het best vertrouwd.
De volgende keer eet ik ze als voorgerecht met sour cream… mmm!

de kapel

de kapel

Overal mensen

Overal mensen

Wat impressies van mijn bezoek aan de boekenbeurs van Frankfurt. Allereerst: de boeken. Kleurrijke kinderboeken, paperbacks voor volwassenen, fictie, non-fictie, chique en goedkoop. Christelijke uitgeverijen, new ageuitgeverijen, literaire uitgeverijen, cadeauboekuitgeverijen. De gelikte stand van L. Ron Hubbard, rood, wit en zwart, en de chaotische boekwinkeltjesuitstraling van de ramsjverkopers. Honderdduizenden titels – je wordt er draaierig van als je er teveel naar kijkt.

Dan: de mensen. Overal komen ze vandaan. Sikhs met tulbands, mannen in grijze pakken, vrouwen met paisleysjaals of barretten. Lange vrouwen, kleine mannen, dik, dun, alles loopt er rond – en er worden honderden talen gesproken. Het bruist van de energie, maar iedereen raakt vroeger of later intens vermoeid.

Uitgevers met zoutjes op de tafeltjes – aha, het zijn allemaal mannen, en uitgevers met chocola op de tafeltjes – Amerikanen. Uitgevers die je een glaasje water aanbieden zijn mijn favoriet. De lucht is hier kurkdroog; lippenbalsem en waterflesjes zijn niet aan te slepen.

Om even tot rust te komen, ging ik naar de kapel.Een kleine, rustige ruimte, met een mooi abstract lichtkruis, een altaar en een brandende kaars. Even tijd om te bidden. Een knikje naar de andere bezoekster. Een stil hoogtepunt van de dag.

Afgelopen week was ik op de boekenbeurs in Frankfurt. Heerlijk, een hoogtepunt van het jaar.

Ik liep er rond en zag veel mooie titels – maar ook wat minder mooie. Zo viel mijn oog op Philip Pullmans The Good Man Jesus and the Scoundrel Christ. Ik wist al wel dat Pullman weinig op heeft met het christelijk geloof, daar heeft hij nooit een geheim van gemaakt, maar het is toch wel pijnlijk om iemand die veel voor je betekent voor ’scoundrel’ uitgemaakt te zien – in grote posters bij een respectabele uitgeverij.

Nee, geef me dan maar ‘quirky’ titels zoals Sense and Sensibility and Sea Monsters – ook wel een beetje heiligschennis, maar wel heel grappig. Een boek uit dezelfde serie als Pride and Prejudice and Zombies.

Nog een titel in hetzelfde straatje: Is your neighbour a zombie? Kijk, dat zijn nuttige boeken!

Als kind maakte ik graag ‘toverdrankjes’. Wat vlierblad, paar paardebloemen en wat ander onkruid erbij, water, even stampen en je had een pittig ruikend groen sapje. Dat was dan een toverbrouwsel om onzichtbaar te worden, of prinsen mee in kikkers te veranderen, of – twee decennia voor Red Bull – een drankje dat je vleugels gaf.

Nog altijd houd ik van bijzondere brouwsels in grote pannen. Zo stond ik onlangs achter een grote pan pruttelende rode druivengelei . Ook dat had iets magisch. Je ziet de druivenstruik groen worden. Dan komen er kleine druiventrosjes aan. De druifjes groeien, krijgen een blosje, en worden ten slotte diep gekleurd. Dan pluk je ze. Even wassen, druifjes van de takjes, koken, door een vergiet persen, nogmaals koken, nu met heel, heel veel geleisuiker. Een dampende pan staat op het aanrecht. Een nette koker ben ik niet, het ziet eruit als een slagveld – overal bloedrode vlekken, keukengerei en afgekeurde of weggerolde druiven. Maar na het brouwen heb ik acht potjes heerlijke jam, die maanden houdbaar is. Zo zijn mijn kwetsbare druifjes getransformeerd, met geleisuiker als magisch element. Pas maar op als je de jam eet. Misschien word je wel onzichtbaar, of verander je in een kikker, of krijg je vleugels!

Vanochtend fietste ik door de buurt Rozenprieeel - een trip langs memory lane. Ik herinnerde me de keren dat ik – gloednieuw in Haarlem – verdwaalde terwijl ik één straat van mijn huisje verwijderd was. Ik herinnerde me de vervreemding maar ook de verwondering. Wat een prachtige plaats was Haarlem. Als ik nu ook nog het station kon vinden…

Tweeënhalf jaar later zijn de straten van Haarlem centrum in ieder geval redelijk vertrouwd. Ik woon al in mijn tweede huisje hier, en er zullen er nog wel wat volgen. Ik heb een leuke kerk waar ik goed geïntegreerd ben, en ik ben na meer dan 10 jaar weer begonnen met korfbal. Als ik door het centrum loop, kom ik regelmatig mensen tegen die ik ken; als ik oppas voor poes Penelope nodig heb, weet ik zo al een paar mensen; ik weet het lekkerste Indiaase restaurant te vinden, en alle bioscopen, en de fietsenmaker, de kapper, de beste tapas en een rits boekwinkels. Herinneringen heb ik overal in Haarlem. Maar Rozenprieeel, waar het allemaal begon, blijft memory lane…