Sinds een paar dagen bid ik af en toe de woorden van een Keltisch gebedenboek; de regelmaat ervan helpt me, en de woorden inspireren me. Het ochtendgebed van vandaag viert kunstzinnigheid, verbeeldingskracht en vreugde. Ik wil het jullie niet onthouden:

 

Blessed be mysteries unravelling.

Blessed be dancing and singing.

Blessed be drama and storytelling.

Blessed be athletes performing.

Blessed be worlds connecting.

Cursed be prurient pandering.

Cursed be greed manipulating.

Cursed be violence unrelenting.

Cursed be illusions lying.

Cursed be hope depleting.

O God, help us to discern the difference

Between blessings and curses,

Soul feeding and soul depleting,

Transforming and mesmerizing,

Quality and mediocrity.

(William John Fitzgerald: A Contemporary Celtic Prayer Book)

 

Moge je dag gevuld zijn met levensvreugde en creativiteit!

 

Ergens in het afgelopen jaar viel een jubileum: ik ben nu tien jaar lid van de Christelijk Gereformeerde Kerk. Eerst zes jaar in een grote, redelijk traditionele kerk in Groningen. Een fijne kerk, met doorwrochte gereformeerde driepunts-preken, waar ik veel geleerd heb over wie God is, en me goed thuisvoelde. En nu alweer ruim vier jaar bij een nieuwe, evangelisch-aandoende kleine gemeente. Een warme, chaotische kerk waarin mensen van allerlei nationaliteiten, met allerlei levensverhalen, samenkomen om God te eren. We zingen er prachtige Opwekkingsliederen met uitstekende muzikale begeleiding. We zien levens veranderen en mensen tot geloof komen.
Maar toen ik laatst bij mijn moeder naar de kerk ging, voelde ik toch wel wat nostalgie, wat heimwee van de kerk van mijn jeugd. Zo af en toe mis ik de gezongen Apostolische Geloofsbelijdenis, het ‘klein gloria’, de liederen die ik van jongsaf ken. De liederen die troost boden op de begrafenissen van mijn grootouders en vader. Soms mis ik de rust en de kleinschaligheid.
Ik ben dankbaar voor de ervaringen van afgelopen tien jaar. En ik ben dankbaar voor de kerk van mijn jeugd.

Tijdens mijn vakantie zat ik met wat mensen om een kampvuurtje. Ergens in de lucht, tussen de vele sterren, zagen we een lichtpuntje bewegen. Was het een satelliet? Een vliegtuig? De een dacht dit, de ander dat. Even wilden we stemmen wat het was, maar uiteindelijk kwamen we tot de conclusie dat de waarheid geen democratie is. De meeste stemmen gelden nu eens niet – het was een satelliet, een vliegtuig of nog iets anders, maar onze perceptie ervan veranderde het object niet. We hadden nog maar twee keuzes: of we gingen op onderzoek uit en probeerden meer over de bron te weten komen, of we lieten de boel rusten. Toch maar voor de gemakkelijkste optie gekozen…

 

Is dat niet heel vaak zo? We hebben een hypothese: het is een vliegtuig, die docent heeft een hekel aan me, ze belt niet meer omdat ze boos op me is. We nemen onze hypothese voor waar aan, ook als er een alternatief gegeven wordt door vrienden. En wat we vooral niet doen is onderzoek doen naar de bron. Jammer, want wat we van iemand of iets vinden, hoeft niet met de waarheid overeen te komen.

Even was het een opluchting: een slecht boek. Na een minuut of vijf lezen voel ik me slaperig worden. Erg spannend is het niet. Ik kan het boek ook wel wegleggen.

Na drie avonden uit dit boek te hebben gelezen, ben ik uitgerust en fit. Maar zo langzamerhand wordt het pseudo-intellectuele archaïsche taalgebruik toch wel wat irritant. En eigenlijk kan het me niet zo veel schelen of de held zijn doel bereikt en de heldin redt. Tijd voor een beter boek – dan maar wat minder slaap!

Meer hoepelrokken dan spijkerbroeken; meer hoge hoeden dan baseballcaps. Complete schapenvachten of metalen bikini’s – of je nu kouwelijk bent of juist niet, voor iedereen was er wel een passend kostuum. Volgend jaar dof ik me zeker op in mijn middeleeuwse jurk en zal ik weer flaneren over de paden rond kasteel Haarzuilens, tussen de elven, jonkvrouwen, negentiende-eeuwse uitvinders, dryaden, weerwolven, goths, prinsessen, geisha’s en jedi-ridders.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Ijskoud waait de wind; loodgrijze wolken draaien om de sporthal heen. Acht korfballers lopen vastberaden, met veerkrachtige pas naar de zaal.

Als ze omgekleed op het veld staan, zien ze de tegenstanders. Jong. Atletisch. Lang. Vliegensvlug. Ze kijken om zich heen. Niet meer zo piepjong. Een kilo’tje of wat te veel. Vertically challenged (klein). Als dat maar goed komt…

De scheidsrechter fluit. De tegenstanders rennen zich rot, springen, implementeren allerlei systeempjes, en vergeten raak te schieten. Het groene gevaar (mijn team) loopt rustig naar de korf, schiet en scoort. Er wordt wat geduwd, er wordt wat gemopperd – door de groenen of door de tegenstanders. Na een uurtje korfballen heeft groen gewonnen.

Als ik één wedstrijdverslag zou schrijven van alle wedstrijden dit seizoen, zou het er zo uitzien. En het eindresultaat? We zijn kampioen!

Voor iedereen die wel wat meer zelfkennis wil hebben, hieronder een citaat uit de bureaukalender ‘Leven uit geloof’, die ik momenteel aan het samenstellen ben. Dat het je maar veel wijsheid mag opleveren!

Vragen om te ontdekken wie we zijn:

1. Waar verlangen we het meest naar?

2. Waar denken we het meest aan?

3. Waar geven we ons geld aan uit?

4. Wat doen we met onze vrije tijd?

5. Bij wie voelen we ons op ons gemak?

6. Wie en wat bewonderen we?

7. Waar lachen we om?

Vrij naar A.W. Tozer

Zoals je misschien gemerkt hebt, ben ik gebeden aan het schrijven en verzamelen voor een gebedenboekje dat in de zomer zal verschijnen  - ik heb al wat tipjes van de sluier gelicht. Hieronder nog eentje, speciaal voor iedereen die wel eens schrikt van zijn of haar eigen spiegelbeeld…:

Badkamergebed

Heer, als ik in de spiegel kijk, baal ik.

Maar ik ben uw kind, en met de Psalmist zeg ik:

‘Ik dank u,

want het is een wonder

zoals ik ben gemaakt.

Alles wat u maakt, is een wonder.

Dat besef ik heel goed.’ (Psalm 139:14)

Duurzaam, antikapitalistisch en verrukkelijk voor vrekken, dat is GRATISKLAAS!

Voor GRATISKLAAS is de winkel verboden terrein, je portemonnee mag je binnenzak niet verlaten. Hoe kom je dan aan cadeaus? Je plundert het kerstpakket van je partner, kijkt in je eigen kasten, zoekt op zolder bij je oma, bedelt bij je buurman, zet je moeder aan het breien, maakt mooie macramé-muurhangers, schildert, downloadt, bakt, regelt, chanteert, laat door kinderarbeid macaroni-kettingen produceren, wat je maar wilt. Het is bovendien het ultieme moment om alle foute Sinterklaas-, Kerst- en verjaardagscadeaus weer kwijt te raken. En nieuwe foute cadeaus te krijgen, dat dan weer wel.

Sinds een paar jaar vier ik regelmatig GRATISKLAAS. Met vrienden die ik uit mijn studententijd ken, of zoals gisteravond, met korfbalvrienden. Wat een bizarre cadeaus kwamen er voorbij! Oerlelijke, onpraktische schalen uit kerstpakketten (waar nu nog een keertje hartelijk om gelachen kon worden), een douchegel-cadeauset die al decennialang op een zolder lag te verstoffen, maar ook mooie, nuttige dingen waar we zoveel van hadden dat we er jaren mee vooruit konden, dus die we net zo goed weg konden geven. Ik ben bijzonder blij met de twee kookboeken die ik gekregen heb, en de handcrèmes en bodylotions (ja, zelfs de oude) komen beslist van pas. En dan nog de gedichten – niet verplicht, maar wel leuk.

Maar het gaat natuurlijk vooral om de lol – de voorpret en de grappige, creatieve en foute cadeaus. Zo veel plezier, en helemaal gratis! Ik kan me nu alweer verheugen op volgend jaar!

Voor uw liefde in mijn leven,

uw vergeving, keer op keer,

voor uw zegen, mij gegeven

dank ik U, o machtig Heer.

Dank ik U, o machtig Heer.

Om uw kracht voor zwarte dagen

uw nabijheid, meer en meer,

als mijn zorgen mij belagen,

smeek ik U, o machtig Heer.

Smeek ik U, o machtig Heer.

Heer, ik wil me aan U geven,

en u dienen, dag aan dag.

Neemt U toch mijn hele leven,

dat ik bij U horen mag.

Dat ik bij U horen mag.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.